Nederlands English Italien Francais Deutsch

Etrusken


Etruskische lierspeler, wandschildering in de Tomba del Triclinio, Tarquinia.


De Etrusken (Latijn: Tusci of Etrusci) vormden een bevolkingsgroep die van ca. de 8ste tot de 1ste eeuw v.Chr. het gebied tussen de rivieren de Arno en de Tiber (nu Toscane, Umbrië en Latium) in Italië bewoonde. Door opmerkelijke culturele verschillen tussen de Etrusken en de omringende volkeren werd reeds in de oudheid gespeculeerd over de herkomst van de Etrusken. Ze kwamen mogelijk via Klein-Azië (Anatolië) Italië binnen, maar het is ook mogelijk dat ze een inheems Italiaans volk waren. Ze waren gevestigd in Toscane en hun land, Etrurië, breidde zich al snel uit met stadstaatjes over het gebied tussen de Arno en de Tiber.

Rond 850 v.Chr. vestigen Griekse kolonisten zich in Campanië. Ze kwamen in contact met de Etrusken omdat die de ijzermijnen op Elba bezaten. Gestimuleerd door de Grieken ontwikkelden de Etrusken zich tot een hoogstaande cultuur. Daarvoor heeft mogelijk het volk van de Villanovacultuur de basis gelegd voor de Etruskische beschaving.

De Etrusken zijn groot geworden door hun zeehandel, maar waren ook beruchte zeerovers. Ze handelden voornamelijk in keramiek, wijn en ijzer.

Opkomst van de Romeinen
Toen in 753 v.Chr. (volgens de mythe) Rome gesticht werd, bleven de Romeinen nog lange tijd onderdrukt door de Etrusken. Vanaf de vijfde eeuw v.Chr. werden de Etrusken echter steeds vaker aangevallen door de Italiërs aan de ene kant en de Kelten aan de andere kant.

Onder meer door deze aanvallen kon een vloot van Syracuse in 453 v.Chr. zonder veel weerstand enkele havensteden verwoesten van Etrurië, wat een flinke tegenslag betekende.

Toen in 390 v.Chr. Rome werd ingenomen door de Galliërs, ging veel van de Romeinse geschiedenis verloren en gingen Romeinse verhalen als mythen verder. Ook de Etrusken kenden hun eigen mythologie en deze vormde de basis voor de Romeinse mythologie. Zo werden bijvoorbeeld de Etruskische tempels als voorbeeld gebruikt door de Romeinen.

Rond de 3e eeuw v.Chr. vielen de Etrusken onder Romeins gezag. De laatste Etruskische stad die door de Romeinen werd ingenomen was Velzna, in 265 v.Chr..

In 90 v.Chr. kregen ze Romeins burgerschap, maar een eeuw later werd hun taal onderdrukt en hun cultuur verbannen. Hierdoor is veel kennis verloren gegaan. Bovendien is de kennis die we nu nog hebben over de Etrusken erg gekleurd door de Romeinen, omdat ze er zo lang door onderdrukt zijn.




Dit beeld van een Etruskisch echtpaar is uitzonderlijk omdat de genegenheid tussen echtelieden tijdens de oudheid zelden getoond werd. Dit beeld is te zien in Villa Giulia.

Wie waren de Etrusken?
De traditionele sagen die de Romeinse auteurs weten te vertellen over hun oorsprong (van Aeneas tot Romulus en Remus en verder ... ) leverden wel mooie stukjes wereldliteratuur op, maar de archeologie maant ons tot grote voorzichtigheid omtrent de geloofwaardigheid van al dat fraais.

Van keizer Claudius (een vurig bewonderaar van de Etrusken) is bekend dat hij een geschiedenis van de Etrusken geschreven heeft, maar dat boek is helaas niet bewaard gebleven. Materiële bronnen weten te vertellen, dat het Italische schiereiland sinds de steentijd bewoond is door allerlei bevolkingsgroepen, aangetrokken door de vruchtbare alluviale vlakten en door het milde klimaat. Zij werden echter allen verdreven door de zogenaamde Italische stammen, van Indo-Europese origine.

Onder deze Italiërs waren stammen die Latijn spraken, en zij vestigden zich op de linkeroever van de Tiber. De beschaving van de Latijnen was echter allesbehalve die naam waardig: hun ware beschavers waren een mysterieus volk, over wie de latere Romeinse historici, gedreven door hun nationale trots, ons maar mondjesmaat hebben ingelicht. Dat waren de raadselachtige Etrusken.

Herkomstproblematiek
Als vermeld bestaat er al sinds de oudheid discussie over de herkomst van het Etruskische volk. Ondanks de nog steeds bestaande verdeeldheid, nemen de meeste archeologen aan dat de Etrusken autochtoon waren.

Twee haaks op elkaar staande theorieën domineren al tijden lang het debat over de oorsprong van het Etruskische volk en verdelen de etruscologen in "oriëntalisten" of "autochtonisten":


Etruskische vrouw. Deksel van een terracotta askist.


Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotos (5e eeuw v.Chr.) stamden de Etrusken uit Lydië. Hij beschrijft hoe ten gevolge van een tragische hongersnood de Lydische koningszoon Tyrrhenos een deel van de bevolking meegenomen heeft naar de andere zijde van de Middellandse Zee om daar een nieuw leven te beginnen, en zo zouden zij in het land van de Ombrikoi (de Umbriërs) zijn terechtgekomen (Historiae I, 94). Deze stelling werd door vrijwel alle historici in de oudheid aanvaard.
Dionysius van Halicarnassus (1e eeuw v.Chr.) achtte de stelling van Herodotos echter een fabel. Hij maakte een vergelijking tussen de Lydiërs en de Etrusken van zijn tijd, en concludeerde dat er geen enkele verwantschap bestond. Hij beschouwde de Etrusken als autochtonen, als de oorspronkelijke bevolking van Italië (Antiquitates Romanae, 25-30).


Archeologische en taalkundige aanwijzingen
Op het eiland Lemnos in de Egeïsche Zee is een grafstèle gevonden met een inscriptie die nauw verwant is aan het Etruskisch, hetgeen uitzonderlijk is gezien het unieke karakter van de Etruskische taal. Deze vondst lijkt aanvankelijk te pleiten voor Herodotos' stelling van een Oosterse (al dan niet Lydische) herkomst. Het kan echter ook betekenen dat de Etrusken het eiland vanuit Etrurië hebben gekoloniseerd, hoewel een aantal wetenschappers denkt dat het Lemnisch een vroegere variant van het Etruskisch is. Daarnaast is het mogelijk dat het Etruskisch en het Lemnisch restanten zijn van een pre-indo-Europese taal, die bij de intrede van het Indo-Europees op geïsoleerde plaatsen (zoals een eiland) is gecontinueerd.
Recentelijk is ontdekt dat Homeros in de Ilias (II, 840) een Etruskische naam noemt ("Lethos") in de context van Troje. Troje echter lag veel noorderlijker dan waar Herodotos Lydië situeerde. Sommige wetenschappers geloven daarom dat Herodotos' situering van het Lydië als moederland van de Etrusken onjuist is en dat het eigenlijke gebied van de Lydiërs vóór Herodotos' tijd veel noordelijk moet hebben gelegen.
Recent biochemisch onderzoek (mitrochondriaal DNA bij runderen) zou duiden op een herkomst uit Anatolië. (Bron: maandblad EOS nr.4 - april 2007 / Marco Pellecchia, Katholieke Universiteit van het Heilig Hart, Piacenza, Italië).
Nogal een zwakke plek in de oriëntalistische theorie is het gebrek aan overtuigend archeologisch bewijs. Van een (pre-)Etruskische cultuur in Klein Azië en een volksverhuizing is, misschien met uitzondering van de vondsten op Lemnos, niets teruggevonden. De rijke Etruskische materiële cultuur in Italië daarentegen getuigt van een zeer lange traditie, die zich al vanaf ca. 2000 v.Chr. in Italië heeft gemanifesteerd.

De taal
De Etruskische tekens zijn erg verwant met die van de Grieken. Er zijn zo'n 12000 Etruskische inscripties bewaard. Het Etruskisch is relatief makkelijk te lezen omdat zij het Grieks alfabet hanteerden, weliswaar geschreven van rechts naar links. Het grootste probleem is dat we geen inhoudelijk diepgaande teksten hebben. De meeste teksten zijn korte grafinscripties, votiefteksten of korte verklarende teksten op vazen, beeldjes, spiegels, munten en grenspalen. De langste tot nu toe gevonden tekst is een linnen boek (Liber linteus Zagrabiensis), overgeleverd als mummiewindsel, dat ca. 1300 woorden bevat; het betreft hier een rituele kalender. Daarnaast beschikken we nog over enkele andere langere teksten zoals de Steen van Perugia (juridisch document ivm een grensgeschil), de bronzen Tabula Cortonensis (lange juridische tekst over de verkoop van gronden) en de Tabula van Capua (een archaïsche religieuze tekst). Zeer uitzonderlijk zijn de gouden Plaatjes van Pyrgi (2 in het Etruskisch, 1 in het Fenicisch, de taal van Carthago); de plaatjes hebben het alle drie over de schenking van een tempel, maar zijn spijtig genoeg geen exacte vertalingen van elkaar. Vermeldenswaardig tenslotte zijn de Teerlingen van Tuscania (met de telwoorden van 1 tot 6 voluit geschreven) en de Lever van Piacenza, een bronzen modellever met godennamen, gebruikt bij het onderwijs voor Haruspices (zieners).

Linguïsten slagen er niet in de Etruskische taal te classificeren, maar zoveel is zeker: het Etruskisch is in géén geval verwant met de andere talen van Italië (Keltisch, Latijn, Oskisch, Umbrisch, etc.), het behoort niet eens tot de Indo-Europese taalfamilie, en zelfs niet tot de Semitische talen van het Oosten. Vanuit een aantal tweetalige teksten, maar vooral vanuit de inhoudelijke en structurele vergelijking van Etruskische teksten met gelijkaardige opschriften uit het Grieks of het Latijn, zijn ondertussen enkele tientallen woorden duidelijk, alsook het feit dat het Etruskisch een agglutinerende taal is.

Geschiedenis
Hun oorspronkelijke gebied lijkt het huidige Toscane te zijn geweest. Hun eigenlijke beschaving begint omstreeks het midden van de 8e eeuw v.Chr., toen zij contacten onderhielden met de Grieken en de Feniciërs, dé beide zeevarende volkeren van de oudheid.

In de 7e eeuw v.Chr. bouwden zij op hun beurt hun zeemacht uit en stichtten verschillende havensteden.

De 6e eeuw v.Chr. was toch hun belangrijkste periode: zij breidden hun "rijk" uit, in noordelijke richting tot aan de voet van de Alpen, en in het zuiden tot Campanië. Op zee bereikten zij de oostkust van Corsica, en zij sloten met de Carthagers een bondgenootschap tegen de Grieken van Magna Graecia.

De stad Rome werd misschien niet door hen "gesticht", maar alleszins toch veroverd (dat blijkt uit de sage van koning Tarquinius Priscus en zijn opvolgers, de dynastie der Tarquinii) en tot een "moderne" stad uitgebouwd (volgens de traditie onder koning Servius Tullius).

Toch konden zij in Italië géén eenheid bewerken: tegen het einde van de 6e eeuw v.Chr. begon hun machtspositie af te takelen. Eerst leden zij een nederlaag (in 474) tegen de Grieken onder Hiëro I van Syracuse. Zij verloren langzaam hun greep op Campanië en Latium, en de Tarquinii werden uit Rome verjaagd, volgens de traditie in 509 v.Chr..

Pas rond 400 kwam het einde nader: hun machtige stad Veii werd in 396 v.Chr. door de Romeinen veroverd. Kort daarop kregen zij de genadeslag door de invallende Galliërs in 390 v.Chr. De Romeinen veroverden, nadat zij de Galliërs hadden verdreven, langzaam maar zeker het territorium dat eens aan de Etrusken had toebehoord.

In 256 v.Chr. capituleerde de laatste stadsstaat Volsinium en in 90 v.Chr. kregen de Etrusken het Romeinse burgerrecht, waardoor zij definitief in het Romeinse Rijk werden geïntegreerd. Zo verloren zij dan snel hun eigenheid, hoewel hun taal tot het begin van onze tijdrekening werd gebruikt naast het Latijn.

Politieke structuren
Etrurië vormde géén "rijk" met een centralistisch bestuur: er bestond een twaalftal onafhankelijke vorstendommen (stadsstaten) die met elkaar een confederatie hadden gevormd. Oorspronkelijk had een "lucumo", een soort sacraal-militaire monarch, de leiding in zijn "lucumonie", maar dat systeem werd later iets meer gedemocratiseerd en dan zien we een "zilath" opduiken, een tijdelijk aangestelde heerser (zoals de Romeinse consul of dictator).

Maatschappelijke structuren
De beeldende kunsten tonen ons een levenslustig volk dat hield van uitgelaten feesten, met dans en muziek. Wat nog het meest opvalt is een - voor die tijd, en in vergelijking met Grieks-Romeinse toestanden - hoogst ongewone sociale gelijkheid tussen man en vrouw. Etruskische vrouwen lagen naast hun man mee aan de feesttafels en namen deel aan alle uitingen van het openbare leven. Een nog onbehouwen volk van nuchtere, oerconservatieve boeren-soldaten als dat van Rome kon géén begrip opbrengen voor deze verfijnde zeden van een oud en hoogstaand volk, zodat ze hen daarom maar als zedenloos bekladden.

Beeldende kunsten
Etruskische keramiek.De Etrusken hielden van mooie dingen. Dat bewijzen hun necropolen (= grafsteden). Hun kunst had een geheel eigen karakter. Zij vervaardigden geen beelden van marmer, maar maakten veelvuldig gebruik van brons en klei (terracotta). Hun beelden zijn realistisch en vertonen niet de tendens tot idealisering die zo typisch is voor de Griekse kunst.

Etruskisch aardewerk.

De Etrusken waren eveneens onovertroffen meesters in het bewerken van goud tot schitterende juwelen. Hun schilderkunst vertoont enige verwantschap met die van de Grieken.

Architectuur en stedenbouw
Rome zou er zonder de Etrusken beslist anders hebben uitgezien. Het rioleringssysteem (cloaca), de wegenbouw, het atrium-huis, de (Romeinse) tempels, allemaal zijn ze op Etruskische ideeën gebaseerd. Op het gebied van de architectuur waren zij immers onovertroffen grootmeesters: ze voerden de boog en het gewelf in, en het gebruik van baksteen uit gebakken klei.

Voordat het Hellenisme in de keizertijd de officiële Romeinse staatskunst werd, bouwden de Etrusken al eeuwen tempels naar het model van de Jupitertempel op het Romeinse Capitool (gebouwd onder koning Tarquinius Superbus; meer dan een halve eeuw vóór de Parthenon te Athene).

Muziek
Als we de beeldende kunst mogen geloven, hielden de Etrusken erg veel van muziek en dans. Vaak worden dansers uitgebeeld in sensuele, gestileerde houdingen, die nu nog in het verre Oosten (India, Bali) voorkomen. Voor de begeleiding kende men (in oorsprong Griekse) instrumenten als dubbelfluit en lier.

Godsdienst en levensbeschouwing
Godsdienst en levensbeschouwing waren uiterst belangrijk in de Etruskische maatschappij. Hun godenwereld en mythologie waren gebaseerd op de Villanovacultuur en later sterk beïnvloed door de Griekse mythologie.

Ze ontwikkelden het begrip van een goddelijke trias (= drie-eenheid), later overgenomen door de Romeinen. Deze bestond uit Tinia (= Jupiter / Zeus), Uni (= Juno / Hera ) en Menrva (= Minerva / Athena).

Ieder jaar kwamen de vertegenwoordigers van de Twaalfsteden-confederatie samen in een centraal heiligdom (in de buurt van Bolsena) waar religieuze plechtigheden werden gehouden en een nieuwe leider van de confederatie werd verkozen. Deze religieuze bond was het werkelijke bindelement van de Etruskische cultuur.

Hun fanatieke geloof in rituelen, voortekens en voorspellingen kwam misschien uit het Nabije Oosten. Een belangrijke beslissing werd nooit genomen zonder eerst bijvoorbeeld de lever van offerdieren, het gedrag van heilig pluimvee of de inslaande bliksem te bestuderen.

Priesters en zieners stonden dus heel hoog in aanzien. Hun leer, genoteerd in de boeken van de disciplina etrusca, had een onuitwisbare invloed op de gehele Romeinse denkwereld. De religieuze literatuur bestond nog in de vroege Middeleeuwen, in een Latijnse vertaling.

Dodencultus, voorouderverering en een fatalistisch geloof in het onafwendbare noodlot beïnvloedden het dagelijkse leven. De Etruskische dodensteden met hun onderaardse grafkamers, ingericht als echte huizen vol prachtige beelden, vazen, juwelen en muurschilderingen zijn ronduit sensationeel en zelfs voor die tijd bijzonder levendig. De muurschilderingen beelden taferelen uit van het dagelijkse leven, van historische momenten of mythologische verhalen.

Seksualiteit
De Grieken en later de Romeinen noemden de Etrusken onzedelijk, hoewel homoseksualiteit en orgieën in beide culturen voorkwamen. Als we de greco-romeinse bronnen mogen geloven waren de Etrusken een van de meest seksueel vrije volkeren van de oude wereld. Tegelijkertijd moet niet worden vergeten dat de Romeinen en de Etrusken concurrenten waren, en de Romeinen dus niet zouden schromen hun concurrenten in een kwaad daglicht te stellen.

Er zijn seksueel getinte fresco's gevonden waaruit conclusies zijn getrokken met betrekking tot de seksuele leefwijze van de Etrusken. Het is echter niet na te gaan of deze beelden voortgesproten zijn uit de fantasie van de auteurs, of dat zij misschien verbeeldingen zijn van sporadisch voorkomende uitwassen in hun maatschappij. Volgens een interpretatie van de beelden zouden vrouwen samen sporten met de mannen en werden ze gezien als gelijken. Mannen en vrouwen worden weergegeven als jong en gezond. Een interpretatie die duidt dat partnerwisseling voor zou komen kan worden afgewogen tegen een interpretatie die wijst op het "gebruik" van slaven door de Etrusken.

De vergeten erfenis
Wanneer Europa over zijn verleden rept, haalt het de oude Grieken en de oude Romeinen aan als de grote volkeren die de fundamenten van de Westerse beschaving legden. De Etrusken komen in dat verhaal nauwelijks voor, ook al hebben zij dan zo'n zevenhonderd jaar op Europese bodem geleefd. Het is meer dan waarschijnlijk dat de 'oorspronkelijke' Romeinen voor een groot deel van 'gelatiniseerde' Etrusken afstammen en eveneens is de 'Romeinse cultuur' van voor de hellenisering ervan tijdens de late Republiek grotendeels Etruskisch. Veel belangrijke Romeinse geslachten zijn van oorsprong Etruskische geslachten zoals de familie van keizer Trajanus, de Ulpii. Al met al is de invloed van de Etrusken op de Romeinen nauwelijks te overschatten.

Chauvinisme en overdreven nationale trots van de Romeinse historici heeft ertoe geleid dat de geschiedenis van hun directe leermeesters, de Etrusken, stiefmoederlijk behandeld werd en uiteindelijk nagenoeg in de vergetelheid raakte. De Etrusken herinnerden te veel aan een verleden waarin Rome een ondergeschikte rol speelde, een rol die Rome sinds het de hoofdstad van een wereldrijk was geworden, maar liever vergat...

Belangrijke musea met Etruskische kunst
Italië : Museo Nazionale Etrusco di Villa Giulia (Rome)
Museo Gregoriano Etrusco (Rome)
Museo archeologico nazionale di Firenze
Nederland: Rijksmuseum van Oudheden (Leiden)


Gaat u naar Umbrie op vakantie en zoekt u een geweldige plek om te overnachten?

Klik hier voor informatie : een B&B met zwembad en een prachtig uitzicht,
kamers met badkamer en eigen koelkast, WIFI


'Etrusken': dubbeltentoonstelling in Leiden en Amsterdam
Eeuwenoude Italiaanse cultuur in de spotlights


Het Rijksmuseum van Oudheden en het Allard Pierson Museum stellen dit najaar de fascinerende Etrusken voor aan het publiek met een dubbeltentoonstelling, in Leiden en Amsterdam. De Etruskische cultuur was zo'n 3000 jaar geleden, ruim voor de komst van de Romeinen, de hoogst ontwikkelde beschaving in centraal Italië. De twee musea vertellen het verhaal over Etruskische rijkdom, religie, macht en pracht, elk vanuit een eigen invalshoek. In Leiden komt de Etruskische vrouw aan bod, in Amsterdam de Etruskische man. Te zien zijn ruim 700 topstukken uit de eigen collecties en uit vele buitenlandse musea.

Nog steeds markeren de ruïnes van imposante Etruskische graven het romantische landschap van Umbrië en Toscane. Ook de Etruskische kunst, van prachtig goudsmeedwerk tot kleurrijke schilderingen in graftombes, spreekt tot de verbeelding van zowel Italië- als kunstliefhebbers. De musea in Leiden en Amsterdam bieden hen met de expositie Etrusken een nadere kennismaking die een lust is voor het oog.

De Etrusken leefden al honderden jaren voor de komst van de Romeinen in Italië. De grootste bloei van hun samenleving lag tussen 750 en 500 voor Christus. Het was een hoogontwikkelde en zeer geëmancipeerde maatschappij. Vrouwen deden niet voor mannen onder, zowel in maatschappelijke, culturele als religieuze posities. Die gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen is dan ook het uitgangspunt van de dubbeltentoonstelling. De Etruskische vrouwen, priesteressen en godinnen, hun bijzondere maatschappelijke positie maar ook hun rol als moeder en echtgenote, hun schoonheidsidealen, mode en juwelen staan centraal in Leiden. De Amsterdamse expositie belicht de Etrusken vanuit een mannelijk perspectief, met veel aandacht voor de rijkdom en handelsgeest, het machtsvertoon en het oorlogsgeweld van krijgsheren, priesters en prinsen.

Blikvangers zijn de vondsten uit rijke prinsen- en prinsessengraven in Italië. Zo zijn er gouden sieraden en bronzen wapens, maar ook beelden van goden en godinnen, de voor de Etrusken zo typerende asurnen, veelkleurige fresco's, rijk versierd aardewerk, spectaculaire 3D-reconstructies van een prinsen- en een prinsessengraf, maquettes en films. Voor beide locaties van Etrusken geldt een toeslag.

Bij de tentoonstelling verschijnt een publieksboek (€ 24,95), een Museumkrant en een special van het magazine van RoMeO, de Vriendenvereniging van het Rijksmuseum van Oudheden (€ 2,95). Verder is er een breed activiteitenprogramma met o.a. lezingen, rondleidingen, cursussen, educatief materiaal voor het voortgezet onderwijs en Etrusken-reizen door Toscane en Umbrië.

In de expositie Etrusken zijn meer dan 200 bruiklenen te zien van het Museo Archeologico Nazionale (Florence), het Museo di Villa Giulia (Rome), het Museo Capitolino (Rome), het Museo Gregoriano Etrusco/Musei Vaticani (Rome), het Museo Civico Archeologico (Bologna) Bologna, het British Museum (Londen), de Ny Carlsberg Glyptotek (Kopenhagen) en het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis (Brussel).

De tentoonstelling kwam mede tot stand dankzij het Italiaans Cultureel Instituut (Amsterdam), de Ambassade van Italië (Den Haag), de Mondriaan Stichting en het Prins Bernhard Cultuurfonds.


Sitemap | villa4stagioni.com, vakantietoscane.nl, vakantieumbrie.nl
Copyrights © 2005-2012 All rights reserved Le 4 Stagioni